Nieuwe en bredere visie op geestelijke kwetsbaarheid

 

We stellen u graag de drie sprekers even voor en gaan wat dieper in op hun werk.

Erik Thys

Margreet de Pater

 

Ludi van Bouwel

Hier is de link naar de presentatie van haar lezing

 

Ludi van Bouwel is psychiater en psychotherapeut. Ze specialiseerde zich in psychose bij jongeren en psychoanalytische therapie.

Psychoanalytische therapie: in een psychoanalytische therapie onderkennen therapeut en patiënt samen hoe onbewuste patronen relaties, gedragingen en gevoelens beïnvloeden.

Ze is medeorganisator van het vroege psychose team VRINT

(Vroege Interventieteam ).

In een lezing van 2012 met als titel “Van intramurale naar transmurale werking in de psychosezorg”, schrijft ze:

"Het behoort tot de taak van een psychiater een zo nauwkeurig mogelijke diagnose te stellen om het behandelplan hierop af te stemmen. In onze medische discipline is het eveneens de opdracht vanuit bio, sociaal model onze patiënten te benaderen.

Bij uitstek in de psychiatrie horen deze drie interagerende aspecten van de mens bij elke diagnostiek en ook behandeling een plaats te krijgen.

De psychotherapeutische opleiding die ik volgde, had een sterke impact zowel op de manier van diagnosticeren alsook op het therapeutisch werk met patiënten.

Een loutere DSM-diagnostiek bleek al gauw onvolledig en oppervlakkig en gaf me onvoldoende houvast om na te denken. De mogelijkheid van het voorschrijven van psychofarmaca biedt voor de psychiater een grote meerwaarde in zijn therapeutisch beleid maar zeker in de psychosezorg stelde ik vast dat de patiënten naast deze biologische benadering ook een nood hebben aan andere therapeutische interventies: patiënten vragen helemaal niet om psychofarmaca, ze hebben er een afkeer van en willen liever op een andere manier worden bijgestaan in hun menselijk lijden, als ze al willen geholpen worden.

 

handen

 

Mijn psychotherapeutische opleiding is daarom ook meer dan een gewone aanvulling op het medisch diagnostisch en therapeutisch handelen, het maakt er essentieel deel van uit. Dat dit voor het contact met de individuele patiënt geldt, zal niemand verbazen, maar zeker ook in de organisatie van de zorg voor de psychotische patiënten heeft deze psychotherapeutische insteek de voorbije jaren een grote invloed gehad. Deze psychotherapeutische visie heeft ertoe geleid ( nog vooraleer vanuit de overheid stimulansen werden gegeven tot afbouw van psychiatrische bedden ten voordele van het ambulante werk ( art 107 ) ) de muren van het ziekenhuis open te breken en het accent te leggen op extramurale en transmurale werking.

Een psychotherapeutische visie, van welke school of strekking ook, is ervan overtuigd dat de relatie tussen patiënt en hulpverlener de belangrijkste therapeutische hefboom is. Binnen deze relatie kan een ruimte ontstaan waarin de psychotische symptomen kunnen worden opgevangen en een betekenis krijgen. Niet zozeer het bestrijden van de psychotische symptomen maar veeleer het creëren van een ruimte waarbinnen kan geluisterd worden naar de patiënt en zijn familie staan centraal. Onze overtuiging is dat de aanpak van een psychotische patiënt een interdisciplinair teamwerk vraagt."

 

Op haar vraag om de zorg voor de jong psychotische patiënt te herorganiseren en een team te krijgen met wie ze ambulant met de zorg voor patiënten kon omgaan werd in 2007 positief ingegaan.

Zo kon in 2009 het vroeg psychose project VRINT van start gaan.

Twee symposia op het GGZ-congres werden met de bevindingen van deze werking georganiseerd. "De ondraaglijke lichtheid van de vroeg psychose: Deel I en II.

 

Ludi van Bouwel eindigt haar lezing met een citaat van Darian Leader:

 

“Therapeuten zouden de patiënten niet moeten zien als een vat vol afwijkende biologische mechanismen, maar moeten investeren in een dialoog en nieuwsgierigheid opbrengen voor de logica voor de wereld van de patiënt. Dan kunnen ze nieuwe therapeutische wegen inslaan en veranderingen mogelijk maken. Therapie kan niets meer en niets minder doen dan de patiënten helpen bij wat ze hun hele leven al proberen te doen; een veilige ruimte creëren om in te leven”.

 

ludiboek

 

In het boek “Spreken en gesproken worden. Psychoanalyse en psychosen”, waarvan ze samen met Jo Smet en Rudy Vandenborre de redactie ondernam schreef ze het hoofdstuk :

Van een projectiescherm naar een mentale ruimte: residentiële psychotherapie met jonge psychotische patiënten.

Op de achterflap van het boek staat:

'Aan de hand van vele klinische vignetten beschrijven de auteurs (allen therapeutisch werkzaam) ontmoetingen met mensen die lijden aan een psychotische stoornis. Deze ontmoetingen zijn niet evident, ze gaan niet vanzelf. Het werk van een therapeut bestaat er veelal in om te helpen bij het tot stand brengen en in stand houden van een ruimte waar ontmoeting weer mogelijk wordt. Waar gesproken kan worden.'

 

Ludi van Bouwel wijdt daarin ook een stukje aan het beschrijven van een psychotherapeutische setting voor jonge psychotische patiënten in een psychiatrisch ziekenhuis, waaruit hieronder enkele citaten geplukt worden:

' We trachten op de afdeling een klimaat te creëren waarin de psychotische lijdende mens en de hulpverlener elkaar ontmoeten op een voor beiden verrijkende manier. Hoewel een psychotische episode een erg pijnlijk gebeuren is, zowel voor de zelf als voor zijn familie, zien we in de psychotische doorbraak toch ook een kans.

' Indien men de psychose enkel vanuit een louter biologisch model gaat benaderen en als enig doel heeft de psychotische symptomen zo snel mogelijk medicamenteus te onderdrukken om een vlug ontslag uit het ziekenhuis te realiseren, dan bestaat het gevaar dat de patiënt zich als een passief slachtoffer van een ik-vreemd ziekteproces gaat ervaren.
Wanneer echter in de psychotische ervaring een betekenis kan worden begrepen in termen van patiënts vroegere en actuele leven, interne en externe realiteit én bewuste en onbewuste conflicten, wordt de innerlijke groei bij de patiënt gestimuleerd en de evolutie naar een chronisch proces tegengegaan.(..)

Elke psychotische patiënt heeft het recht dat naar hem of haar geluisterd wordt en dat men tracht hem te begrijpen tot in de meest diepe lagen van zijn psyche.'

' Van een hulpverlener wordt verwacht dat hij op een gepaste wijze weet te reageren op zijn patiënt. Hierbij moet de therapeut in contact blijven met zijn eigen onbewuste en als het ware intuïtief vanuit zijn ware zelf reageren. Dit vraagt toewijding en liefde van de hulpverlener naar de patiënt toe.'

 

In het formuleren van haar besluit raakt ze aan de noodzaak van een ruimte waarin de patiënt zich beschermd voelt:

' Het is een plaats waar bescherming geboden wordt, niet zozeer voor de bedreigende buitenwereld maar voor de innerlijke destructieve krachten die de psychische wereld van de patiënt dreigen te vernietigen.
Het is een plaats waar de patiënt vastgehouden wordt ( in de holding betekenis ) zodat zijn angst en destructiviteit een grens krijgen.
Een plaats ook waar hij een container vindt voor de ondraaglijke elementen binnen zijn persoonlijkheid. Een plaats waar de ondraaglijke pijn gemetaboliseerd, verteerd wordt tot een draaglijke ervaring.
Door deze holding en containment kan hij toetreden tot een triangulaire wereld, waarin symbolisch gedacht kan worden en betekenissen in de plaats komen van chaos.'

 

In het boek “De gedoemde mens? Psychoanalyse, tragedie en tragiek”, van Paul van den Berghe als redacteur, verzorgt ze een artikel gewijd aan “De tragiek van Medea: tussen moeder en vrouw”.

In het boek “De bedrieger bedrogen. Dromen in psychoanalyse en cultuur” onder redactie van Sjef Houppermans, Mark Kinet, Marc De Kesel schreef Ludi van Bouwel een hoofdstuk over “De droom van Penelope. Je Rêve, donc Je Pense".

Veelzijdig is haar visie op het leven en op psychische kwetsbaarheid. Ze voedt haar werk met de diepere laag van waaruit een mens leeft. Kunst, muziek en andere kunstuitingen spiegelen haar de inspiratie die ze hiervoor aanboort. Bovendien is ze ook antropologisch georiënteerd wat haar in het werk als psychiater en psychotherapeut bij het zicht op wat de mens beroert en in beweging brengt richting geeft.

 

 

Kraanvogelsinschemer

 

VZW Het Levenssnoer - 0827.605.582 - sedert 7-7-2010

Triodosbank: BE19523080387312

Beho 108 - 6672 Beho - Belgie - info@hetlevenssnoer.be - 080-517087

Crossing the abyss 1
building bridges - de brug over de kloof

perspectief voor geestelijke kwetsbaarheid

nieuwe visies - ludi van bouwel

Kraansinschemer3

VZW Het Levenssnoer

connecting with the chain of life will change your life

meer informatie over de sprekers

 

waarom ze uitgenodigd werden

 

 

in de loop van de komende weken verschijnen
er telkens meerdere thema's

 

wilt u op de hoogte blijven
van deze veranderingen
meldt u zich dan aan
voor een update
die dan automatisch
naar u verzonden wordt

klik hier voor update

CrossingtheAbyssLydiavoorwebsite1600